Precies 25 jaar geleden verklaarde de Amerikaanse president George W. Bush de 'War on Terror', als reactie op de aanslagen van 9/11 waarbij duizenden Amerikanen de dood vonden. "Of je staat achter ons, of je staat achter de terroristen", zei hij in een speech voor het Amerikaanse Congres.
"Amerika ging een existentiële kruistocht voeren", zegt hoogleraar buitenlands beleid aan de universiteit van Maastricht, Roberta Haar. De War on Terror moest vrijheid, democratie en de rechtsstaat beschermen.
Officieel is die strijd voorbij, maar resultaat boekte de VS nauwelijks. De oorlogen pakten eerder averechts uit, zeggen Haar en andere experts, en ondermijnden het Amerikaanse gezag in de wereld. Die nalatenschap is nog steeds zichtbaar.
Bush-doctrine
De strijd tegen terreur begint in oktober 2001 als de Amerikanen Afghanistan binnenvallen. Daar geeft de Taliban onderdak aan terreurorganisatie al-Qaida en oprichter Osama bin Laden. Maar Bush wil meer dan alleen Bin Laden pakken. "Onze strijd eindigt pas wanneer elke terroristische groepering is opgespoord, gestopt en verslagen", zegt de president.
Amerika claimt het recht om voortaan overal ter wereld in te grijpen; de Bush-doctrine. Haar: "Dick Cheney, zijn vicepresident, noemde het zelfs de 1-procentdoctrine; als er ergens ter wereld een kans van 1 procent is dat Amerika wordt bedreigd, hebben we het recht preventief in te grijpen."
Leidersrol
En in 2001 zijn er nogal wat dreigingen: volgens de Amerikanen op dat moment 28 terroristische organisaties, vooral verspreid over het Midden-Oosten. In 2003 valt Amerika Irak binnen, dat wordt verweten onderdak te bieden aan terroristische groeperingen en massavernietigingswapens te bezitten.
Die massavernietigingswapens worden nooit gevonden, maar de gevolgen voor Irak zijn enorm: honderdduizenden Irakezen komen om. Het land raakt ontwricht en in het machtsvacuüm komen nieuwe terroristische groepen op.
Ook ontstaan scheuren in de bondgenootschappen van Amerika. Lang niet alle westerse landen steunen de oorlog in Irak. En ook de detentie zonder proces en de martelingen van terreurverdachten tasten het vertrouwen in de Amerikaanse leidersrol aan. "Daarmee ondermijnde de VS haar eigen wereldorde", zegt Haar.
Veel van de 'forever prisoners' hebben tot op de dag van vandaag géén aanklacht tegen zich lopen. Een voormalige gevangene van Guantanamo zat er 14 jaar vast en woont nu in Nederland:
De opvolger van Bush, Barack Obama, wil af van de grote Amerikaanse grondoorlogen. Maar omdat hij vreest dat Afghanistan in chaos vervalt als de Taliban weer de macht grijpen, stuurt hij juist tienduizenden extra troepen.
In 2011 lukt het de Amerikanen om Bin Laden te doden, maar dat is slechts een symbolisch hoogtepunt, zegt Haar. "Het heeft niet veel invloed gehad op het verdere verloop van de wereldwijde strijd. De Taliban zeiden simpelweg: 'jullie hebben de klokken, maar wij hebben de tijd'."
Amerikaanse troepen trekken zich onder presidenten Joe Biden en Donald Trump wél volledig terug uit Afghanistan. Haar: "Het akkoord met de Taliban was door de eerste regering-Trump tot stand gebracht, maar vervolgens op volslagen rampzalige wijze door de regering-Biden uitgevoerd."
'Zwarte bladzijde'
Volgens Cliff Sloan, Guantanamo-gezant onder Obama, is de strijd tegen terrorisme "een catastrofe geworden en voor altijd een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de VS". Ook is na een kwart eeuw het aantal terreurgroepen bijna verdrievoudigd naar 81. "De Irakoorlog werd een wervingsposter voor jihadisten", zegt universitair docent geschiedenis Joseph Stieb, die een boek schreef over de Amerikaanse besluitvorming rondom de oorlog in Irak.
Bovendien kostte de War on Terror volgens schattingen een miljoen doden en nog eens 3,5 miljoen indirecte doden. En ontzettend veel geld: 8 biljoen dollar. Volgens experts weggegooid geld, want doelen werden niet of nauwelijks bereikt en Amerika verloor wereldwijd invloed. Stieb: "Rusland, en vooral China, wisten in die periode aanzienlijke terreinwinst te boeken."
In deze video een uitgebreide analyse van de kosten en resultaten van 25 jaar War on Terror:
Had de VS de War on Terror nooit moeten voeren? Haar: "Met al die emoties na 9/11 is het heel moeilijk om je een ingetogen Amerika voor te stellen. Het is lastig om te zeggen: wat als ze het anders hadden aangepakt?"
De huidige regering-Trump lijkt te concluderen dat de VS juist harder had moeten optreden om de War on Terror tot een succes te maken, zegt Stieb. "Ze geloven dat ze in Afghanistan en Irak hadden kunnen winnen als ze meer geweld hadden gebruikt, steviger hadden ingezet op detentie, meer hadden gemarteld en als ze in eigen land meer moslims hadden opgepakt."
Trump vindt dat hij met "het beste leger ter wereld" zelf kan bepalen wanneer en waar hij die macht inzet. Zoals nu in de oorlog tegen Iran. Maar ook tegen, zoals Trump zegt: "drugskartels en internationale bendes", die hij aanmerkt als buitenlandse terroristen.
Sloan ziet er een belangrijke waarschuwing in. "Dat wanneer de emoties van het moment leiden tot daden die noch weloverwogen zijn, noch stroken met de fundamentele waarden van je land, het uitdraait op een ramp."