In de Golfregio lijkt bijna niemand nog te betwijfelen dat er een nieuwe oorlog met Iran aankomt. De vraag is vooral wanneer. Terwijl de Amerikanen in rap tempo nóg meer militair materieel naar de Golf verplaatsen, bereiden de Golfstaten zich voor op nieuwe drone- en raketaanvallen vanuit Iran en Jemen. Daarbij wordt steeds minder gerekend op veiligheidsgaranties van de VS.
In Doha hielden overvliegende straaljagers afgelopen nacht inwoners wakker en ook op andere plekken is de spanning voelbaar. Het Saudische staatsoliebedrijf Aramco heeft werknemers op het hoofdkantoor in Dhahran naar huis gestuurd om thuis te werken. In de hoofdstad Riyad is de iconische Kingdom Centre wolkenkrabber al enkele dagen ontruimd en krijgen kinderen thuis les, uit vrees voor aanvallen van de Houthi's.
Het zijn maatregelen die laten zien hoezeer de oorlogsdreiging het dagelijks leven en de economie in de Golf beïnvloedt.
Diplomaten vertrekken
Ondertussen hebben Amerikaanse diplomaten opdracht gekregen met hun gezinnen Saudi-Arabië te verlaten. Hetzelfde geldt volgens persbureau AFP voor Amerikaanse gezinsleden en ambassadepersoneel in onder meer Qatar, Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten.
Ook Iran bereidt zich voor op een nieuwe oorlog. Iran heeft gewaarschuwd dat het bij nieuwe Amerikaanse aanvallen hard zal terugslaan, niet alleen tegen Israël en de Amerikaanse bases, maar ook tegen olie-installaties in de Golfstaten.
President Trump ontkent dat Washington nog met Teheran onderhandelt, en zegt cryptisch dat er fairly soon een uitkomst komt. Of hij daarmee doelt op militaire actie, blijft onduidelijk. Maar in de regio werden die woorden wel zo geïnterpreteerd.
De Amerikaanse Iran-kenner Vali Nasr, verbonden aan de Johns Hopkins University, zegt dat vrijwel alles erop wijst dat Washington opnieuw op een oorlog afstevent. Volgens hem kunnen zwaardere Amerikaanse en Israëlische aanvallen enorme schade aanrichten, zonder Iran definitief uit te schakelen. Hij vreest een langdurige ontwrichting van de regio, met alle gevolgen van dien voor de wereldeconomie.
Nieuwe bondgenootschappen
De crisis legt een fundamenteel probleem bloot. Decennialang vertrouwden de Golfstaten op de Amerikaanse veiligheidsparaplu. Ze werden gastheer voor Amerikaanse bases en kochten voor miljarden aan Amerikaanse wapens.
Diezelfde bases maken hen nu tot doelwit van Iraanse vergeldingsacties. Aanhoudende waarschuwingen van leiders uit de Golf vinden in Washington weinig gehoor en eerdere aanvallen hebben laten zien dat zelfs geavanceerde Amerikaanse luchtverdediging geen volledige bescherming biedt. Daarom zoeken de Golfstaten steeds nadrukkelijker naar nieuwe veiligheidspartners.
Qatar tekende deze week met Turkije, Pakistan en Indonesië het zogenoemde Badr-akkoord, bedoeld om gezamenlijk wapensystemen te ontwikkelen en militaire technologie te delen.
Volgens de Qatarese defensieminister Saoud bin Abdulrahman Al Thani moet het akkoord de militaire capaciteiten van de deelnemende landen samenbrengen. Ook andere landen kunnen zich later aansluiten.
Veranderende verhoudingen
Volgens Osama bin Javaid, analist en verslaggever van nieuwszender Al Jazeera, is het akkoord een belangrijke stap in de veranderende verhoudingen in het Midden-Oosten. "Dit wordt een historisch akkoord dat onderdeel zal zijn van de veranderende veiligheidsarchitectuur van de regio", zegt Bin Javaid.
Volgens hem speelt daarbij ook de veranderende aard van oorlogsvoering een rol. Goedkope drones kunnen voor miljarden aan schade aanrichten, terwijl het onderscheppen ervan met westerse raketten miljoenen kan kosten. Door zelf wapensystemen te ontwikkelen en produceren, hopen de landen minder afhankelijk te worden van buitenlandse leveranciers.
Het Badr-akkoord sluit aan bij het eerder gesloten Mekka-pact tussen Saudi-Arabië, Turkije en Pakistan, waarin de landen afspraken bij een aanval elkaar in NAVO-stijl te ondersteunen.
Dat betekent niet dat de Golfstaten de VS helemaal de rug toekeren. Daarvoor zijn de banden te diep en te belangrijk. Het gaat meer om het spreiden van risico's waarbij de afhankelijkheid van één beschermheer steeds meer wordt gezien als een potentieel gevaar.
Terwijl nieuwe bondgenootschappen vorm krijgen, bereiden landen zich voor op een oorlog die ze zelf niet willen, maar waarvan ze opnieuw de gevolgen dreigen te moeten dragen.